De Haarlemmermeer als Polderstad
Deze studie naar de verstedelijkingsprocessen van het Hollands polderlandschap is verschenen in Zee van Land | Sea of Land
De bebouwing bij Hoofddorp, Nieuw Vennep, Badhoevedorp en Zwanenburg en de huidige en toekomstige infrastructuur nemen bezit van de droogmakerij, zonder dat er aan deze uitbouw een ontwerp van de droogmakerij als samenhangend landschap ten grondslag ligt. De infrastructuur gaat een eigen leven leiden. Wanneer men deze realiteit op het agrarisch polderschema projecteert wordt de complexiteit van het vormgevingsvraagstuk zichtbaar. De opgave kan worden begrepen als een confrontatie van het organisch vormsysteem van de natuur, het technisch vormsysteem van het cultuurlandschap en het functionele vormsysteem van de regionale netwerkstad.
Er bestaat binnen het poldervlak nog maar één gaaf polderblok, dat niet door bebouwing of infrastructuur is aangetast. Dit blok neemt daardoor een uitzonderingspositie in als het enige stuk waarin het cultuurtechnische systeem van de vroegere cultuursteppe afleesbaar is. Het zou hierdoor de betekenis van een landschapsarchitectonische vide kunnen krijgen, een venster in de tijd, waarin het agrarisch verleden van de polder is gevangen.
De vertaling van het agrarisch polderschema in een stedelijke vorm krijgt nu het karakter van een markering en verheviging van de drie hierboven genoemde vormsystemen, die elk in een zone dominant zouden kunnen worden. Het agrarisch poldervlak wordt geïntensiveerd tot een stedelijk poldervlak, waarin de bestaande bebouwing en de infrastructuur een confrontatie aangaan met de poldergeometrie. In de stedelijke polderzoom ontsnapt de ontwikkeling geheel aan het raster en worden de onderliggende geomorfologie en de uitzonderingen langs de rand het uitgangspunt. De stedelijke poldermantel vangt overschrijdingen van het vlak op en past ze in, maar kan ook elementen uit de zoom opnemen, waardoor het als tussengebied wordt gemarkeerd.
Het bestaande polderstelsel is getransformeerd in een ontwerp voor een nieuwe watermachine voor de polderstad, met verschillende schakelingen van schoon naar vervuild water. In de westrand kunnen retentiebekkens worden gevormd, waarin het schone kwelwater wordt vastgehouden. Dit kan als brongebied dienen voor natuurgebieden in de omgeving. Het stedelijke water wordt gezuiverd in speciaal daartoe ingerichte bassins, die een bijzondere plaats krijgen in het stedelijk poldervlak, bijvoorbeeld aan de grens van het ‘financial district’. Dit water circuleert binnen het poldersysteem van het stedelijk vlak. Het water van het ‘biotechnologisch park’ vormt een eigen systeem.
Het stedelijk poldervlak kan worden uitgewerkt als een reeks van stedelijke milieus binnen een ‘landschappelijke envelop’. De infrastructuur en de ligging van Schiphol geven aanleiding tot een zonering van het stedelijk poldervlak. De stedelijke verkaveling zou in beginsel een modulaire onderverdeling van de landbouwkavel (200 x 1000 m) zou kunnen zijn. De bestaande stedelijke functies overschrijden het stedelijk poldervlak op verschillende punten en snijden er ook net als de infrastructuur eigen contouren in. De zone direct grenzend aan de bundel van infrastructuur heeft een potentie als ‘business district’, waarmee het stedelijk poldervlak aan de oostzijde kan worden begrensd. Het noordelijk gedeelte met de vijfde en zesde baan van Schiphol heeft een potentie voor experimentele landbouw, waarmee een nieuw rationeel cultuurlandschap kan worden ontwikkeld.
De stedelijke poldermantel zou ontwikkeld kunnen worden tot een buitenplaatsenlandschap, dat plaats biedt aan bijzondere stedelijke functies. De ontwikkeling zou kunnen plaats hebben op basis van de oorspronkelijke landbouwkavel, zoals dat in de 17e eeuw in ‘sGravenland is gebeurd, al of niet met behulp van ophoging van het maaiveld. In het spanningsveld tussen het stedelijk poldervlak en de zoom kan het aan de randen kenmerken van beide opnemen.
In de bodemvariatie in de stedelijke polderzoom ligt een aanleiding om het natuurlandschap opnieuw te dynamiseren, al of niet binnen de lijnen van de agrarische verkaveling. Het hoofdthema zou vooral in de westelijke rand verdrassing kunnen zijn. Hier treedt kwelwater uit de duinen aan de oppervlakte waaruit plassen, moerassen en rietlanden zouden kunnen ontstaan, waarbij de gehele verlandingsreeks van water tot bos een plaats kan krijgen. Deze retentiebekkens kunnen bijvoorbeeld als brongebied dienen voor natuurgebieden in de omgeving. Het mee ingepolderde veenland kan hierin de betekenis krijgen van een landschapsreservaat, dat een verbinding geeft met het oude landschap buiten de droogmakerij.
De Haarlemmermeer als metropolitaan prototype
De projectie van deze lagen door elkaar geeft een beeld van de landschapsarchitectonische dimensie van de metropolitaine polderstad. In dit prototype is getracht het ontwerp te plaatsen in een tijdreeks van de ontwikkeling het metropolitane landschap.
De plattegrond van polderstad kan hierin worden uitgewerkt als een laaglandreeks binnen een ‘landschappelijke envelop’. De termen van deze reeks verduidelijken in hun onderling verband de gelaagdheid van het metropolitane landschap en de ligging van de Haarlemmermeer tussen het kustlandschap en het veenweidegebied. De poldergrammatica wordt op deze manier omgezet in een dynamische stedebouwkundige structuur.
De Haarlemmermeer als Polderstad
Deze studie naar de verstedelijkingsprocessen van het Hollands polderlandschap is verschenen in Zee van Land | Sea of Land
De bebouwing bij Hoofddorp, Nieuw Vennep, Badhoevedorp en Zwanenburg en de huidige en toekomstige infrastructuur nemen bezit van de droogmakerij, zonder dat er aan deze uitbouw een ontwerp van de droogmakerij als samenhangend landschap ten grondslag ligt. De infrastructuur gaat een eigen leven leiden. Wanneer men deze realiteit op het agrarisch polderschema projecteert wordt de complexiteit van het vormgevingsvraagstuk zichtbaar. De opgave kan worden begrepen als een confrontatie van het organisch vormsysteem van de natuur, het technisch vormsysteem van het cultuurlandschap en het functionele vormsysteem van de regionale netwerkstad.
Er bestaat binnen het poldervlak nog maar één gaaf polderblok, dat niet door bebouwing of infrastructuur is aangetast. Dit blok neemt daardoor een uitzonderingspositie in als het enige stuk waarin het cultuurtechnische systeem van de vroegere cultuursteppe afleesbaar is. Het zou hierdoor de betekenis van een landschapsarchitectonische vide kunnen krijgen, een venster in de tijd, waarin het agrarisch verleden van de polder is gevangen.
De vertaling van het agrarisch polderschema in een stedelijke vorm krijgt nu het karakter van een markering en verheviging van de drie hierboven genoemde vormsystemen, die elk in een zone dominant zouden kunnen worden. Het agrarisch poldervlak wordt geïntensiveerd tot een stedelijk poldervlak, waarin de bestaande bebouwing en de infrastructuur een confrontatie aangaan met de poldergeometrie. In de stedelijke polderzoom ontsnapt de ontwikkeling geheel aan het raster en worden de onderliggende geomorfologie en de uitzonderingen langs de rand het uitgangspunt. De stedelijke poldermantel vangt overschrijdingen van het vlak op en past ze in, maar kan ook elementen uit de zoom opnemen, waardoor het als tussengebied wordt gemarkeerd.
Het bestaande polderstelsel is getransformeerd in een ontwerp voor een nieuwe watermachine voor de polderstad, met verschillende schakelingen van schoon naar vervuild water. In de westrand kunnen retentiebekkens worden gevormd, waarin het schone kwelwater wordt vastgehouden. Dit kan als brongebied dienen voor natuurgebieden in de omgeving. Het stedelijke water wordt gezuiverd in speciaal daartoe ingerichte bassins, die een bijzondere plaats krijgen in het stedelijk poldervlak, bijvoorbeeld aan de grens van het ‘financial district’. Dit water circuleert binnen het poldersysteem van het stedelijk vlak. Het water van het ‘biotechnologisch park’ vormt een eigen systeem.
Het stedelijk poldervlak kan worden uitgewerkt als een reeks van stedelijke milieus binnen een ‘landschappelijke envelop’. De infrastructuur en de ligging van Schiphol geven aanleiding tot een zonering van het stedelijk poldervlak. De stedelijke verkaveling zou in beginsel een modulaire onderverdeling van de landbouwkavel (200 x 1000 m) zou kunnen zijn. De bestaande stedelijke functies overschrijden het stedelijk poldervlak op verschillende punten en snijden er ook net als de infrastructuur eigen contouren in. De zone direct grenzend aan de bundel van infrastructuur heeft een potentie als ‘business district’, waarmee het stedelijk poldervlak aan de oostzijde kan worden begrensd. Het noordelijk gedeelte met de vijfde en zesde baan van Schiphol heeft een potentie voor experimentele landbouw, waarmee een nieuw rationeel cultuurlandschap kan worden ontwikkeld.
De stedelijke poldermantel zou ontwikkeld kunnen worden tot een buitenplaatsenlandschap, dat plaats biedt aan bijzondere stedelijke functies. De ontwikkeling zou kunnen plaats hebben op basis van de oorspronkelijke landbouwkavel, zoals dat in de 17e eeuw in ‘sGravenland is gebeurd, al of niet met behulp van ophoging van het maaiveld. In het spanningsveld tussen het stedelijk poldervlak en de zoom kan het aan de randen kenmerken van beide opnemen.
In de bodemvariatie in de stedelijke polderzoom ligt een aanleiding om het natuurlandschap opnieuw te dynamiseren, al of niet binnen de lijnen van de agrarische verkaveling. Het hoofdthema zou vooral in de westelijke rand verdrassing kunnen zijn. Hier treedt kwelwater uit de duinen aan de oppervlakte waaruit plassen, moerassen en rietlanden zouden kunnen ontstaan, waarbij de gehele verlandingsreeks van water tot bos een plaats kan krijgen. Deze retentiebekkens kunnen bijvoorbeeld als brongebied dienen voor natuurgebieden in de omgeving. Het mee ingepolderde veenland kan hierin de betekenis krijgen van een landschapsreservaat, dat een verbinding geeft met het oude landschap buiten de droogmakerij.
De Haarlemmermeer als metropolitaan prototype
De projectie van deze lagen door elkaar geeft een beeld van de landschapsarchitectonische dimensie van de metropolitaine polderstad. In dit prototype is getracht het ontwerp te plaatsen in een tijdreeks van de ontwikkeling het metropolitane landschap.
De plattegrond van polderstad kan hierin worden uitgewerkt als een laaglandreeks binnen een ‘landschappelijke envelop’. De termen van deze reeks verduidelijken in hun onderling verband de gelaagdheid van het metropolitane landschap en de ligging van de Haarlemmermeer tussen het kustlandschap en het veenweidegebied. De poldergrammatica wordt op deze manier omgezet in een dynamische stedebouwkundige structuur.